Home

Preek van vorige we(e)k(en)

We zullen hier regelmatig de preek van een van de zondagen plaatsen om nog eens rustig na te kunnen lezen.


Preek van zondag 19 november 2017
Diaconie-weekend

Het gaat in onze liturgische teksten en onze verkondiging vaak over ons vertrouwen op God. Vandaag gaat het echter over Gods vertrouwen in ons. Hij wantrouwt ons namelijk niet. Integendeel: God heeft alle vertrouwen in u en mij. Hij heeft ons, vertelt Jezus, zijn bezit toevertrouwd. Hij heeft ons zijn aarde in handen gegeven en die wereld moeten wij, ieder met zijn of haar eigen mogelijkheden, zien te maken tot het rijk van God. En of je nu heel veel of bijna niks hebt meegekregen, je mag niet stil zitten. Je mag niet je eigen talenten wantrouwen; je mag niet bang of lui gaan zitten toekijken hoe anderen de wereld verpesten of mooier en gelukkiger maken. Je mag je talent, ook al is het er maar één, niet ongebruikt begraven. Je moet er iets mee doen ten gunste van anderen en zo ten gunste van het rijk Gods. Ook als je maar weinig hebt, moet je groot zien te zijn in het kleine.

Vandaag, diaconie zondag is het ook het hart van onze viering, dat wij onze talenten gebruiken om een verschil te maken in het leven van de ander. Ja, Jezus zit niet eigenlijk zo ver van ons, hij is altijd rondom ons heen. 

Er is een verhaal over een vrouw die op een dag een bijzondere brief gekregen hebt. Er stond geen afzender op de envelopje het was ook niet gefrankeerd. Nieuwsgierig scheurde zij de envelop open. En ze las, “Beste Maria, ik ben vanmiddag bij je in de buurt en ik denk erover langs te komen. Veel liefs, Jezus.”

“oh jee”” dacht ze, “ik heb echt helemaal niets om hem aan te bieden. Nog geen klein koekje. Haastig, greep ze haar tas en haar portemonnee, maar toen ze haar portemonnee ook keek bleek het dat ze maar 5.50 euro’s had. “nou ja” “ik kan tenminste brood en beleg kopen.” Zij ging naar de markt om daar brood, beleg en een pak melk te kopen. 

Maar onderweg naar huis kwam zij twee kinderen tegen bij de deur van haar huis en die waren duidelijk dakloos. En ze zeiden aan Maria, sorry dat wij uw storen mevrouw wij hebben echt honger, kunt uw ons misschien een stuk brood. Maar Maria zei, “oh sorry maar ik verwacht vandaag een belangrijke bezoeker, en ik heb  hier ook net genoeg voor hem.” Dus toen ze het zei, de jongetje zei gewoon “hartelijk bedankt” en begon gewoon weg te lopen” Ontroerd op wat zij zag, riep zij aan de kinderen. “wacht!” “hier, eten jullie het maar op, ik vind wel iets anders om mijn bezoek aan de bieden.” Met een stralende glimlach gingen de kinderen weg. 

“ja” dacht nu MRIA, WAT GA IK NU DE HEER AANBIEDEN. IK HEB HELEMAAL NU NIETS MEER.” Maar dan kwam er weer een briefje, “dat is gek” zei ze. “de post komt toch niet twee keer op een dag?” 

En ze opende het envelopje en laz; “beste maria, dankjewel voor het lekkere eten. En ook voor uw aardigheid. Het was erg fijn om je te ontmoeten, Liefs, Jezus.”

Zusters  en broeders, hoe gebruiken wij onze eigen talenten?

Eigenlijk, God vraagt ons niet wat we deden, hoog of laag op de maatschappelijke ladder. Hij vraagt ons of we het met de nodige inzet hebben gedaan en of we onze talenten - veel of weinig - hebben gebruikt voor zijn koninkrijk. 

En zijn koninkrijk is: een wereld waar zorg is voor elkaar, waar grote eerbied is voor de ons toevertrouwde schepping en waar vrede en gerechtigheid is tussen allerlei mensen en volken. Het is een koninkrijk in dient tot elkaar… [heel passend voor onze diaconie zondag.]

Telkens als wij - hoe klein of onopvallend ook misschien - die wereld van God een klein beetje dichterbij brengen door onze talenten te gebruiken. Telkens als we ons hart en onze handen, onze tijd geven aan anderen zijn we (wat Paulus noemt) ‘kinderen van het licht'. 

Kinderen van het licht graven hun talenten niet in uit gemakzucht, angst of zelfbehoud en ze stellen het ook niet almaar uit om goed te doen, want de dag dat je je verantwoorden moet komt als een dief in de nacht, schrijft de apostel. 

Doe dus wat je kunt - leert de parabel - God rekent op ons om het vandaag te doen.

Pater Sedfrey Nebres svd


Preek zondag 25 februari 2018
2e Zondag 40-dagentijd

 We dromen allemaal van een stukje hemel op aarde. Maar wat moeten we ons voorstellen bij dat stukje hemel. Daar is een mooi verhaaltje over. Misschien kent u het wel. Er was eens een heel brave man die één grote wens had dat hij een keer de hemel en de hel mocht zien. En omdat hij altijd zo goed geleefd had, stond God hem die gunst toe.


En God nam hem mee en bracht hem bij een heel grote zaal. 'Dit is de hel', zei God. De man zag een grote zaal met tafels vol met heerlijk eten. Er stonden prachtige bloemen in de zaal en alles was even mooi. Aan de tafels zaten allemaal mensen, maar die keken allemaal heel verdrietig want ze hadden allemaal stijve armen zodat ze niets van dat heerlijke eten naar binnen konden krijgen, hoe hard zij het ook probeerden. De man knikte. Hij begreep het. Dit was de hel.
Toen gingen ze naar de hemel. En weer kwamen ze in een grote zaal met tafels vol met heerlijk eten. Ook daar was alles even prachtig en mooi net zoals in de hel. En aan de tafels zaten mensen, net zoals in de hel. En al die mensen hadden ook stijve armen, maar ze keken allemaal heel blij. Het was één groot feest in deze zaal. En de man zag hoe de mensen met hun stijve armen bij hun overburen het eten in de mond stopten. Ze konden met hun stijve armen niet bij hun eigen mond komen, maar wel bij die van hun overburen. Dat was de hemel.


De mensen in de hel kwamen niet op het idee om elkaar te helpen; daarom zaten ze ook in de hel en gingen ze dood van de honger. Maar in de hemel dachten de mensen niet aan zichzelf, maar aan de anderen. En daarom bleven ze leven en waren ze in de hemel. De man knikte, hij had het begrepen.


Die hel en die hemel uit dit verhaaltje vind je overal in de wereld. In het evangelie van vandaag hoorden we dat Jezus en zijn gezellen ook even een hemelse ervaring hadden, en dat is natuurlijk prachtig, geen wonder dat de leerlingen daar wel willen blijven. En Jezus voelde zich door Elia en Mozes… gesterkt in zijn droom om het rijk der hemelen uit te dragen en werkelijkheid te maken maar hij besefte ook heel goed dat hij door voor aan het werk moest, en dat hem daarbij nog een hoop moeilijkheden te wachten stonden. Daar liet hij zich niet door afschrikken, hij bleef geloven in zijn ideaal van het rijk der hemelen. En in alle toonaarden komt het in zijn prediking steeds weer naar voren: in dat rijk der hemelen is het nodig dat je niet voor je zelf alleen zorgt maar dat je een helpende hand reikt naar de mensen om je heen. Dan kan er ook in deze wereld, die voor sommigen op een hel lijkt, toch een stukje hemel werkelijkheid worden.


De worden in het evangelie vandaag ”Dit is mijn geliefde zoon, luister naar Hem!“ – roept ons aan om toch eens gewoon te doen wat die stem ons vraagt.  Laten we toch gewoon eens naar die geliefde zoon luisteren. En daar zegt Jezus: “ De koningen heersen over hun volkeren, en de machtigen laten zich “weldoeners” noemen. Bij jullie mag dat zo niet zijn. De grootste onder jullie moet worden zoals de geringste, en de leidende moet worden zoals de dienende. Wie van beiden is de grootste? Diegene die aan de dis aanzit of diegene die bedient? Natuurlijk diegene die aan de dis aanzit, Ik echter ben bij u zoals degene die bedient.”   In die enkele zinnen wordt ons duidelijk dat Gods handleiding voor een gelukt leven al onze gebruikelijke opvattingen overhoop gooit.  “Luister naar Hem!” betekent zo veel als: Hij heeft een alternatief programma, dat niet alleen werkt als je “bovenaan” op het trapje van het succes staat. Zijn recept voor een succesvol leven gaat zelfs niet over de termijn succes in de zin van onze wereld georiënteerde begrip, maar het gaat over vruchtbaarheid in onze inzet tot de voltooiing van Gods rijk in de wereld… het houdt ook stand in de vlakte en in de grauwe onverschilligheid van het leven van alle dag. 


Lieve zusters en broeders laten wij ons hart openen in dit seizoen van de viertigdagentijd om instrumenten te zijn van de hemel op aarde. Zodat wij ook onze heer Jezus kunnen laten zien en ervaren aan de minste van onze zusters en broeders.

Pater Sedfrey Nebres svd