Preek – Palmzondag jaar A – Zondag 29 maart 2026 — English see below.
Lezingen: Mat. 21,1-11; Jes. 50,4-7; Ps. 22; Fil. 2,6-11; Mat. 26,14(27,11-54)-27,66 (A-jaar)
Het is Palmzondag. Het lijkt wel een feestdag. We zijn binnengekomen met wuivende palmtakken – nou ja, hier in Nederland gebruiken we buxustakjes, er groeien helaas weinig palmen hier. Maar toch, we wuiven met de takken en zingen: “Hosanna!”
De Joden die langs de weg stonden bij de intocht van Jezus in Jeruzalem, zagen Hem als hun verlosser. Dat was op zich niet vreemd, en tot op zekere hoogte hadden ze ook gelijk. Jezus was hun verlosser, maar op een heel andere manier dan zij verwachtten. Zij zagen in Hem de bevrijder van de onderdrukking door de Romeinen, die het land bezet hielden. “Hosanna” betekent dan ook: “Red ons nu!” of “Red ons toch!” De palmtakken waren een symbool van overwinning en triomf.
Maar hun verwachtingen bleken niet juist. Hadden ze het kunnen weten? Ik denk van wel. Wie goed naar de woorden van Jezus had geluisterd tijdens Zijn drie jaar durende verkondiging, had kunnen begrijpen dat Hij niet op aarde was gekomen om het volk van de Romeinen te verlossen. Het bleek een veel groter verhaal, dat hoop biedt voor alle volkeren.
Al het feit dat Jezus koos voor een ezel om de stad binnen te trekken, was een duidelijk teken dat Zijn idee van verlossing fundamenteel anders was. Een machthebber komt op een paard, omringd door soldaten, met veel machtsvertoon, dreigend en met grote woorden. Niet Jezus. Hij komt op een ezel, met ongewapende volgelingen – totaal geen bedreiging voor de machthebbers. Niet voor de Romeinen, maar ook niet voor de Joodse schriftgeleerden. Als het volk even een stapje terug had gedaan en zich had afgevraagd: “Wat gebeurt hier eigenlijk?”, hadden ze misschien een heel andere blik gekregen.
En al die vreugde, de palmtakken en het gezang – het verdwijnt al snel. De angst om macht te verliezen, niet eens zozeer aan Jezus, maar aan de Romeinen, die bij een mogelijke opstand hard zouden ingrijpen, leidt uiteindelijk tot Zijn veroordeling door het Joodse volk en de kruisiging.
Vanuit deze Palmzondag gaan we de Goede Week in. Ook de aanduiding van deze week als “Goede” – en straks “Goede Vrijdag” – roept vaak gemengde gevoelens op. We huilen bij de kruisiging van Jezus, bij Zijn lijden en dood. Het doet ons oprecht pijn. Maar we weten ook dat die pijn overgaat in vreugde. Jezus sterft aan het kruis om onze zonden te vergeven. Hij zal opstaan en ons leiden tot het eeuwige leven. Hij doet ons inzien dat de dood niet het einde is. Dat is een geweldig vooruitzicht, dat ons als christenen bindt. Daar mogen we geloof en hoop uit putten.
Onze palmtakken hier in de kerk wuiven als symbool van overwinning – niet de overwinning die de Joden hoopten te ontvangen, maar een overwinning die elke vorm van onderdrukking, bezetting, oorlog, verdriet en armoede overstijgt.
Het “Hosanna” dat we zongen, betekent: “Red ons!” Maar ook hier gaat het om een heel andere verlossing dan waar de Joden om vroegen. Het “red ons” leidt tot een eeuwig leven bij God, hier op aarde en tot in de eeuwigheid.
Wij zijn hier als christenen bijeen, overtuigd van de ware betekenis van de palmtakken en het “Hosanna”. Dat vieren we. Maar laten we die palmtakken en ons gezang ook naar buiten brengen. Laten we mensen die Jezus nog niet kennen, die Hem nog niet hebben ontmoet, de kans geven om dat wel te doen. Door hen de gelegenheid te bieden om te groeien in geloof, dichter bij Jezus te komen en de ware vreugde van onze verlossing te ervaren in hun leven.
En als we dat doen, zal ons leven nog voller zijn, nog waardevoller, omdat we op deze manier invulling geven aan onze roeping: de roeping om volgelingen van Jezus te zijn, Zijn leerlingen.
Het vraagt ook van ons om goed en aandachtig te luisteren naar het Woord van God. De Joden langs de weg hadden kunnen weten dat Jezus niet de koning zou zijn die zij verwachtten. Laten we daarom ook waakzaam zijn en de woorden van Jezus uit het Evangelie in hun geheel tot ons nemen. Laten we niet alleen die passages kiezen die toevallig goed uitkomen of passen bij onze eigen persoonlijke situatie. Je kunt er geen stukjes uit halen die je wel aanstaan en de rest negeren. Het vraagt van ons om zorgvuldig naar Zijn woorden te luisteren, ze in ons hart op te nemen en ze uit te dragen. Het vraagt van ons om ernaar te handelen, zonder compromissen, ook als het even niet goed uitkomt.
Als we straks thuis dat palmtakje achter een van de kruisen in onze woning steken, laten we dan denken aan wat we vandaag vieren: een prachtig vooruitzicht. En elke keer als we kijken naar het kruis van lijden en pijn, laten we dan de hoop ervaren van dat palmtakje achter datzelfde kruis – een teken van hoop op verlossing.
“Hosanna in excelsis Deo!” – Het is een oproep tot God om heil en zegen te brengen, verlossing, en tegelijkertijd een lofzang op Zijn grootheid. Laten we dat steeds uit volle borst zingen, zodat iedereen het kan horen.
Amen.
Homily – Palm Sunday Year A – Sunday, March 29, 2026
Readings: Matt. 21:1–11; Isa. 50:4–7; Ps. 22; Phil. 2:6–11; Matt. 26:14 (27:11–54)–27:66 (Year A)
Today is Palm Sunday. It feels like a feast day. We entered with waving palm branches—well, here in the Netherlands, we use boxwood branches, since palms don’t grow here. But still, we wave our branches and sing, “Hosanna!”
The Jews who lined the road as Jesus entered Jerusalem saw Him as their savior. That wasn’t strange, and to some extent, they were right. Jesus was their savior, but in a way they did not expect. They saw Him as the one who would free them from Roman oppression. “Hosanna” means “Save us now!” or “Save us, we pray!” The palm branches were symbols of victory and triumph.
But their expectations were misplaced. Could they have known? I think so. Those who listened carefully to Jesus’ words during His three years of preaching could have understood that He did not come to free the people from the Romans. His mission was far greater, offering hope to all nations.
Even the fact that Jesus chose a donkey to enter the city was a clear sign that His idea of salvation was fundamentally different. A ruler arrives on a horse, surrounded by soldiers, with displays of power, threats, and grand words. Not Jesus. He comes on a donkey, with unarmed followers—no threat to those in power. Not to the Romans, nor to the Jewish scribes. If the people had stepped back for a moment and asked themselves, “What is really happening here?” they might have seen things differently.
And all that joy, the palm branches, and the singing—it fades quickly. Fear of losing power, not so much to Jesus, but to the Romans, who would crack down harshly on any rebellion, ultimately leads to His condemnation by the Jewish people and His crucifixion.
From this Palm Sunday, we enter Holy Week. Even the name “Holy” for this week—and soon “Good Friday”—often evokes mixed feelings. We weep at Jesus’ crucifixion, at His suffering and death. It truly pains us. But we also know that this pain gives way to joy. Jesus dies on the cross to forgive our sins. He will rise again and lead us to eternal life. He shows us that death is not the end. That is a wonderful promise, one that unites us as Christians. We draw faith and hope from it.
Our palm branches in church wave as symbols of victory—not the victory the Jews hoped for, but a victory that transcends all oppression, occupation, war, sorrow, and poverty.
The “Hosanna” we sang means “Save us!” But here, too, it is about a different kind of salvation than what the Jews asked for. The “save us” leads to eternal life with God, here on earth and into eternity.
We gather here as Christians, convinced of the true meaning of the palm branches and “Hosanna.” We celebrate that. But let us also bring those palm branches and our songs outside. Let us give those who do not yet know Jesus, who have not yet met Him, the chance to do so. By offering them the opportunity to grow in faith, to come closer to Jesus, and to experience the true joy of our salvation in their lives.
And when we do that, our lives will be fuller, more meaningful, because we are living out our calling: the calling to be followers of Jesus, His disciples.
It also calls us to listen carefully and attentively to the Word of God. The Jews along the road could have known that Jesus would not be the king they expected. Let us, therefore, be watchful and take the words of Jesus from the Gospel in their entirety. Let us not just choose the passages that happen to suit us or fit our personal situation. You can’t pick and choose the parts you like and ignore the rest. It calls us to listen carefully to His words, to take them into our hearts, and to share them. It calls us to act on them, without compromise, even when it’s inconvenient.
When we place that palm branch behind one of the crosses in our homes later, let us remember what we celebrate today: a wonderful promise. And every time we look at the cross of suffering and pain, let us feel the hope of that palm branch behind the same cross—a sign of hope for salvation.
“Hosanna in excelsis Deo!”—It is a cry to God for salvation and blessing, for redemption, and at the same time, a hymn of praise to His greatness. Let us sing it with all our hearts, so that everyone may hear.
Amen.





