Preek 26e zondag van het jaar

God kan van iedereen gebruik maken als een instrument van genezing op eigen manier.

Een patroonheilige van het internet is al bekend bij iedereen denk ik. Ik was hem bijna vergeten, maar toen ik mijn preek ging voorbereiden kwam hij in mijn gedachten. Voor mensen die nog niet van hem gehoord hebben, zijn naam is Carlo Acutis. Hij was slechts 15 jaar toen hij aan leukemie in 2006 overleed. Deze tiener werd zalig verklaard, want hij heeft de wonderen op de website van de katholieke organisatie ingevoerd. Hij gebruikte het internet voor de dienst van het evangelie om de mensen te bereiken. Het doet mij denken aan ons streaming team van Patrick en Michiel en de jongeren die met elkaar bezig zijn om de Heilige Eucharistie aan de mensen aan te reiken die niet naar de kerk kunnen komen. Dat is een fantastische bijdrage van onze jongeren in deze parochie. Zo werken er heel veel vrijwilligers in deze parochie. Iedereen probeert op haar/zijn eigen manier Gods werk of missie invulling te geven. Die manier worden wij het instrument van God. Dat is volgens mij ook een manier van genezing van de wereld.

In het eerste deel van het evangelie gaat het over de jaloersheid van de leerlingen. De eerste lezing van vandaag gaat óók over de jaloersheid van Jozua tegen Eldad en Medad die twee andere profeten waren dan de zeventig. Jezus vraagt ons om mensen te waarderen en te bemoedigen die niet katholiek of christelijk zijn. Of mensen die opgericht zijn om goed te doen voor de mensen.

In het evangelie vraagt Jezus aan zijn leerlingen om uit jaloersheid mensen niet tegen te werken die juist goed werk doen. Echte liefde is iets goeds voor de medemens te doen. Maar jaloersheid is een tegenstelling van christelijke liefde. Jezus nodigt ons allen uit om samen te werken aan een betere wereld vooral met aandacht voor de zieken, armen, ouderen, kinderen, eenzamen, alleenstaanden, gehandicapten, vluchtelingen, kortom de mensen die ons aandacht kunnen gebruiken.

Naast de jaloersheid van de leerlingen spreekt Jezus de leerlingen aan over de beloning van het goede werk. Jezus zegt tegen de leerlingen “ Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.” Als Jezus hier in Nederland was, zou hij misschien een kopje koffie met een koekje”, gezegd hebben in plaats van ‘een beker water’. In dit vers roept Jezus ons op om de mensen te helpen die onze hulp nodig hebben. Ik ben blij dat onze parochie een paar projecten in andere landen heeft. Dat vind ik als ‘een beker water geven’. Ik kan geen materiële beloning van God aan u laten zien, maar ik kan wel zeggen dat u ook op dezelfde manier wordt behandeld zoals u anderen behandelt. Wij leren hier door goed werken te doen. Wij worden gezegend door God. Goed doen aan anderen maakt ook ons zelf beter voelen. Wij worden een beter persoon zelfs een betere leerlingen van Jezus. Meestal zegt iemand zoiets als ‘Bedankt’. Door iets te geven aan anderen horen wij bij Gods koninkrijk of de missie.

Dan zegt Jezus “Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd.” Geringen betekent hier niet alleen de kinderen maar het betekent de eenvoudige mensen met minder ervaring en opleiding. Hier vraagt Jezus ons om een voorbeeld te zijn voor de mensen die niet gelovig zijn, die niet veel over de kerk en Jezus kennen. Niet alleen als een individu maar ook als parochie gemeenschap kunnen we een positieve stap en daarmee een positieve beweging bewerkstelligen.

Uiteindelijk zijn we allemaal een instrument van God om deze wereld te genezen. Het is een uitnodiging van God om anderen te waarderen voor hun goede inzet. Het is een uitdaging om een beker water te geven aan onbekende uit eigen comfort zone te stappen en met open arme tegemoet te treden.

Amen.

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial
Instagram
LinkedIn
Share
Stuur via Email