Preek in de viering op 2 en 3 mei 2026 in kerk H. Joannes de Doper te Hoofddorp
5e zondag van Pasen
(Hand 6,1-7; 1 Petr 2,4-9; Joh 14,1-12)
Het voorjaar van 2026 in Nederland verloopt opvallend droog. Je hoorde niemand mopperen over het weer tijdens alle zonnige dagen die we dit jaar al gehad hebben. Pas als het deze zomer te lang achter elkaar veel te warm wordt, dan zullen we wel weer gaan klagen. Maar: voor de boeren is aanhoudende droogte al zo vroeg in het voorjaar niet fijn: ze zien hun gewassen verkommeren. Voor hen is een stevige Hollandse regenbui prima zo op zijn tijd. Maar die welkome regen is voor ánderen juist reden om te mopperen dat het weer zo slecht is!
In het Evangelie vandaag zijn het de leerlingen van Jezus die lopen te mopperen. Thomas zegt tegen Jezus: ‘Je belooft ons dan wel een plek in het huis van de Vader?! Maar hoe kómen we daar? Je zegt dat we de weg daar naartoe al weten!? Maar waar ís die dan?!’
Dan verzucht Jezus: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven! Je moet niet afwachten totdat ánderen iets doen; je moet niet blijven zitten mokken en mopperen in je hoekje! Je zult zélf in beweging moeten komen! Je zult zelf wérkelijk oog moeten hebben voor mij, door te luisteren naar mijn Boodschap; want: “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien!” Dát is het begin an mijn weg, waarheid en leven!’
Ook in de Eerste Lezing wordt er gemopperd. ‘In die dagen … begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden.’ Hellenisten: dat zijn Grieks-sprekende Joden. En de Hebreeën dat zijn de oorspronkelijke Joden; zij spreken Aramees: een taal verwant aan het Hebreeuws. Twee taal-groepen
staan récht tegenover elkaar. De Grieks sprekende weduwen ontvangen kennelijk mínder hulp dan de rest.
Ook in ónze tijd – zelfs in ons zo zonnige Nederland – hebben minderheden het moeilijker dan de rest. Maar – spijtig genoeg – op momenten wordt het ook omgekeerd. Een overduidelijke meerderheid lijkt bang te zijn dat ze tekort gaan komen; tekort omdat er hulp gegeven worden aan een mínderheid. Het lijkt wel of die meerderheid bang is dat er voor hen geen plek overblijft in het huis dat Nederland heet. Angst die soms naar buiten komt als verzet tegen democratisch voorbereide besluiten, als buitensporig geweld en vernieling van gemeenschapsgoederen. Daarbij lijkt men te vergeten dat juist dit optreden de onrust en onveiligheid brengt waar men zo bang voor is. Anderen die zich niet te buiten gaan aan geweld, ie hangen denkbeelden aan die niets anders zijn dan gemor op overheden; meestal gedachten die geen constructieve bijdrage leveren.
Maar: ik kan me wél iets indenken bij al dat gemopper. Want angst en onzekerheid is groeiende in onze wereld. Zelfs: in onze parochie! Teleurstelling dat ‘alles’ anders gaat dan gehoopt, anders dan de ideale weg die we ons voor ogen hadden: dat roept frustratie op. Maar: mopperen, en in de weerstand en verzet schieten, dat vergroot alleen maar de tegenstellingen. Het mag ons er niet om gaan om de discussie te winnen; want daarmee verliezen we elkaar juist uit het oog!
De eerste lezing is uit het zesde hoofdstuk van de Handelingen van de Apostelen.Hier leggen de twaalf apostelen de handen op aan zeven mannen van goede faam, mannen vól van Geest en van wijsheid. De apostelen worden – in het derde hoofdstuk van de Handelingen – ‘Episkopoi’ genoemd. Episkopos is Grieks voor ‘opzichter’ of ‘toezichthouder’. Daar komt óns woord ‘bisschop’ vandaan. De Apostelen wijden dus – in hun ambt als bisschop – zeven mannen in het ambt van diaken: tot ‘Diakonoi’. Nét zoals de bisschop nog stééds mannen tot diaken wijdt, om namens hem werkzaam te zijn in parochies. Eeuwen ná de eerste diakens zijn daar nog de ‘Presbyteroi’ bij gekomen. Grieks voor ‘ouderen’; wij spreken van priesters.
De apostelen en diakens in het vroege Christendom gaan de gelovigen voor in wat hen te doen staat: niet mopperen. Maar zelf de handen uit de gelovige mouwen steken: want dát behoort tot de weg van wat heet het ‘algemeen priesterschap’ van álle gelovigen. Dat is géén ambt, maar wél een heel belangrijke taak van elke gelovige! De taak om werkelijk de weg, de waarheid en het leven van Jezus te zóeken. Het is de taak van de priesters en diakens om gelovigen te ondersteunen in het vínden van die weg. Door voor te gaan in gebed; door voor te lezen uit de Bijbel, en daar uitleg bij te geven.
De tijden in het leven kunnen wisselen net zoals de seizoenen, en net zoals het Nederlandse weer veranderlijk is.Soms warmen we ons aan een behaaglijke zonnetje: wanneer het geluk ons toe lacht. Dan weer valt er een stevige bui die aanvoelt als een koude douche: wanneer iets toch ánders gaat dan gehoopt. Juist met díe wisselvalligheid beweegt onze geloofsgemeenschap mee. Als het regent dan mopperen we niet maar zoeken naar positieve wegen voorwaarts. En als de zon schijnt over onze gemeenschap dan vieren we ons geloof met éxtra groot enthousiasme. Het geloof dat Jezus voor ons een plaats heeft bereid in het huis van de Vader. Het geloof dat Jezus de enige weg is die ons daar zal brengen. Amen.
Han Hartog, april 2026





